Een nieuw voorbeeld van W.J. Ouweneel's fascinatie voor het esoterische en occulte.

In het blad Bijbel en Wetenschap (aug/sept 2000) legt Ouweneel uit dat wij als christenen ons moeten gaan bezig houden met allerlei berekeningen met de getalswaarde van de letters van de bijbeltekst. In een volgend nummer las ik de deze ingezonden brief "Met stijgende verbazing heb ik het artikel van Dr. W.J. Ouweneel over bijbelse getallen en hun geheimen in het laatstverschenen nummer van Bijbel en Wetenschap gelezen. Terwijl de auteur in één van zijn oudere werken (Het domein van de slang, Amsterdam 1978, pag. 202-204) deze wijze van bijbellezen (m.i. terecht) met het occulte verbindt, denkt hij hier blijkbaar nu anders over. En wat ik nog verontrustender vindt, is dat hij nu deze wijze van bijbellezen propageert onder de lezers van Bijbel en Wetenschap. Vanwege de occulte verbindingen dienen we ons als bijbelgetrouwe christenen verre te houden van deze benadering van de Bijbel. Bovendien is het vanuit wetenschappelijk oogpunt bezien onzin! Slechts een voorbeeld: de opmerking dat de Pentateuch 400.945 letters bevat. Dit hangt af van het handschrift van de Pentateuch, dat je gebruikt. Kies je voor een ander handschrift, dan kloppen deze cijfers niet meer en zijn dergelijke berekeningen slechts een luchtkasteel!

Dit is geen incident, het is symptomatisch. (Zie hoofdstuk 15 van de studie "Wat is ")